AI-signalen: zo herkent Google (en Wikipedia) dat jij lui bent geweest
Iedereen en z’n moeder gebruikt AI voor teksten. Jij ook, waarschijnlijk. Je baas ook. Je concurrent zeker. En ergens in een kantoor in Hilversum typt iemand op dit moment “schrijf een informatief blogartikel over [onderwerp]” in ChatGPT en denkt dat hij echte content marketing doet. Om het in luie AI-termen te stellen: Dat is geen probleem van AI. Dat is een probleem van luiheid. (de beruchte: niet X maar Y zinsconstructie!)
Google heeft allang opgegeven om AI-teksten als categorie te blokkeren. Dat was ook nooit het plan. Wat Google wil blokkeren, is nutteloze en waardeloze content. En die twee dingen correleren steeds vaker; niet omdat AI per definitie slecht schrijft, maar omdat de gemiddelde gebruiker er mee wegloopt zonder na te denken. Dat is namelijk geen echte tekstschrijver (hoi!). Uiteindelijk resulteert dat in een internet vol teksten die nergens op slaan, nergens toe leiden en niemand verder helpen. Omdat iedereen maar AI-content kan plempen, daalt de gemiddelde kwaliteit. En de output van de LLM’s die daarop getraind worden, daalt daardoor ook weer.
Wikipedia trok recent een harde grens: geen AI-gegenereerde content meer. AI is alleen nog te gebruiken voor vertalingen en kleine aanpassingen. Het wordt aanbevolen voor het vinden van bronnen, die je uiteraard nog moet verifiëren. Daarnaast is er een lijst met AI-signalen: patronen die erop wijzen dat een tekst met weinig menselijke controle tot stand is gekomen. Die lijst is interessant. Niet alleen voor Wikipedia-editors, maar voor iedereen die serieus met content bezig is.
Wat Google echt beoordeelt
De Helpful Content Update was geen aanval op AI maar op content die mensen niet helpt. Google stelt zichzelf drie vragen over jouw pagina: kan iemand hierna iets kopen, kan iemand hierna navigeren, of is iemand hierna beter geïnformeerd? Als het antwoord op alle drie nee is, heeft jouw pagina een probleem.
AI-content scoort daarin regelmatig slecht, maar niet altijd. Een goed geschreven productpagina gegenereerd met een solide prompt en daarna inhoudelijk gecontroleerd, rankt prima. Een 2.000 woorden tellende blogtekst die vijftien keer herhaalt dat “AI een revolutie teweegbrengt”, zonder één concreet voorbeeld of bruikbare tip, rankt niet. Het zit in de intentie en het redactionele oordeel van de mens die het publiceert.
Google kijkt ook naar signalen. Patronen in teksten die correleren met lage kwaliteit. En die patronen overlappen opvallend sterk met de vingerafdrukken die AI-tools achterlaten als je ze zonder begeleiding gebruikt.
De AI-signalen: een complete lijst
Hieronder de meest voorkomende weggevers dat iemand gewoon een tekstje heeft geprompt. Sommige zijn technisch, sommige stilistisch, allemaal zijn ze vermijdbaar.
1. Verborgen opmaakcode in geplakte tekst
Dit is de meest onderschatte fout. Wanneer je tekst uit ChatGPT of een andere AI-tool kopieert en in je CMS plakt, neem je onzichtbare opmaakdata mee. Dat zijn geen gewone spaties of regeleinden – het zijn specifieke Unicode-tekens en stijldefinities die de AI meestuurt in de output. Ze zijn onzichtbaar in de editor, maar zichtbaar in de broncode.
Deze haiku die ik ChatGPT net liet schrijven:
Lui achter het scherm
woorden rollen vanzelf uit
denken laat ik los
Staat als volgt in mijn html:
Lui achter het scherm<br data-start=”21″ data-end=”24″ />woorden rollen vanzelf uit<br data-start=”50″ data-end=”53″ />denken laat ik los
Zie je die data-start en data-end? Zoekrobots lezen die broncode. De oplossing is simpel: plak altijd zonder opmaak (in Windows: Ctrl+Shift+V, op Mac: Cmd+Shift+V) of vraag je AI-tool direct om HTML-output te genereren. Dan heb je controle over wat er in je code terechtkomt.
2. De emdash als obsessie
De emdash heet in goed Nederlands de gedachtestreepje. De juiste lengte is dit: – (CTRL + minteken in Microsoft Word). Taaladvies legt de functies uit:
- Een terzijde inlassen. Een tussenzin die je buiten de normale zinsstructuur plaats, met meer nadruk dan tussen komma’s. Voorbeeld: “Hij vroeg zijn kat of die honger had – dat had dat beest altijd – en pakte alvast een blikje.” Kan dus ook met komma’s: Hij vroeg zijn kat of die honger had, dat had dat beest altijd, en pakte alvast een blikje.”
- Een zinsdeel extra nadruk geven. “Hij had het schoteltje met kattenvoer nog maar net neergezet – en de kat stortte zich er volledig op.”
Je gebruikt een gedachtestreep voor een inhoudelijke nadruk of wending. Het verrijkt de flow van je tekst – mits je het niet de godganse tijd gebruikt. AI-tools, en ChatGPT in het bijzonder, misbruiken dit teken structureel. Niet de korte variant (het koppelteken dat Nederlandse tekstverwerkers kennen) maar de lange Angelsaksische versie – de zogenoemde em dash, deze —. Je herkent hem aan zijn lengte en het feit dat hij zonder spaties aan de woorden grenst. In Nederlandse teksten hoort dat teken er sowieso niet thuis: wij gebruiken het gedachtestreepje met spaties eromheen. Maar de hoeveelheid waarmee AI hem inzet, is zelfs voor Engelstalige teksten buitensporig.
Gebruik je een gedachtestreepje in een Nederlandse tekst, doe het dan zo: schrijf spatie, streepje, spatie. En gebruik het spaarzaam, voor zinnen die echt die dramatische onderbreking verdienen. Ik ben er al grotendeels mee gestopt, omdat iedereen nu direct denkt dat het door AI geschreven is.
3. Amerikaanse titels met Alles Op Een Hoofdletter
Title case, in het Engels. Elke Betekenisvolle Word Met Een Hoofdletter. Het is een Amerikaanse convenventie die in Nederlandse teksten niets te zoeken heeft – maar die AI-tools vrolijk toepassen als je er niet op let. In de meeste recente modellen is dit minder een probleem dan een jaar geleden, maar controleer het altijd. Eén hoofdletter teveel in een kop straalt nonchalance uit. En nonchalance is precies wat je niet wil uitstralen als je serieus genomen wil worden.
4. “Conclusie” als laatste kop
Dit is een ChatGPT-tic die al tijden bekend is. Vrijwel elk artikel dat je zonder instructies genereert, eindigt met een H2 of H3 met de tekst “Conclusie”. Soms “Tot slot”. Soms “Afsluitende gedachten”. Het zijn allemaal aanwijzingen dat niemand kritisch naar de structuur heeft gekeken. Wat wat zegt dat nou eigenlijk?
Een goede afsluiting heeft geen label nodig. De tekst zelf maakt duidelijk dat je afrondt. Schrijf je een artikel voor mensen, dan snappen mensen echt wel dat de laatste alinea de laatste alinea is. Het kopje “Conclusie” boven een samenvatting van wat je al schreef, voegt nul informatie toe.
Wil je wél waarde toevoegen, gebruik dan een kop die het gehele artikel samenvat met een invalshoek. Dus na een artikel over hoe kattenvoer door fabrikanten onweerstaanbaar voor katten wordt gemaakt en dat zelf maken gezonder is, “Uiteindelijk beter voor je kat”.
5. Links die nergens naartoe gaan
ChatGPT verzint bronnen. Dat is inmiddels algemeen bekend, maar de praktijk is dat mensen links kopiëren zonder te controleren of de pagina bestaat. Het resultaat zijn 404-fouten of – nog erger – links naar domeinen die niet meer actief zijn en inmiddels eigendom van iemand anders. Controleer elke link handmatig voor publicatie. Altijd, zonder uitzondering.
Het viel mij op dat er dagelijks 404-meldingen op Bloeise.nl zijn op pagina’s die echt nooit een backlink hebben gehad. Enige jaren terug probeerde ik een Engelse versie van de site te maken, automatisch vertaald. Door een fout in de plugin liep het verkeer drastisch terug en gooide ik alles weer eraf. Toen waren de crawlers van LLM’s waarschijnlijk al actief die de links bewaarde en hier nog steeds naar refereren.
6. Opsommingen als standaardstructuur
AI houdt van lijstjes. Zeven redenen waarom. Vijf tips voor. Tien dingen die je moet weten. Het is een patroon dat online goed werkt als het klopt, maar dat AI inzet als structureel vluchtgedrag: in plaats van een argument uitwerken, maak je er een bullet van. Opsommingen zijn nuttig als je daadwerkelijk vergelijkbare eenheden naast elkaar wil zetten. Ze zijn problematisch als ze de plek innemen van redenatie.
Kijk eens kritisch naar je eigen blogs. Hoeveel alinea’s bestaan uit een inleidende zin gevolgd door vier bullets? Dat patroon, keer op keer herhaald, is een AI-vingerafdruk. Echte mensen schrijven niet zo. Mensen redeneren, bouwen op, maken tussenstappen. Bullets horen aan het einde van een redenatie, niet als vervanging ervan.
7. “Dat is niet X maar Y”-constructies
Open LinkedIn. Scroll twintig seconden. Je ziet het gegarandeerd. “Succes is niet werken. Succes is slim werken.” “AI vervangt geen mensen. AI vervangt mensen die geen AI gebruiken.” Het zijn retorische constructies die indruk wekken van diepgang, maar die zelden iets toevoegen aan het argument.
AI-tools zijn dol op deze vorm omdat die in trainingsdata sterk geassocieerd is met engagement op sociale media. Het probleem: ze zijn zo alomtegenwoordig geworden dat ze het tegenovergestelde bereiken. Iedereen herkent het patroon. Niemand gelooft het meer. Gebruik de constructie als hij echt iets verheldert. Schrap hem als hij retorisch geweld is.
8. Herkenbare zinslengte en -structuur
Dit is het subtielste signaal op de lijst, maar mogelijk het meest veelzeggend. Onderzoekers hebben aangetoond dat AI-modellen een herkenbaar ritme hebben: ze wisselen korte zinnen af met langere op een statistisch voorspelbaar patroon. De variatie die mensen van nature aanbrengen, ontbreekt. Menselijk schrijven is grilliger – soms een reeks korte zinnen, soms een lange lap tekst die ergens anders in ademt.
AI-detectietools als GPTZero maken gebruik van twee maatstaven: “perplexity” (hoe onverwacht de tekst is) en “burstiness” (hoe sterk de zinslengte varieert). Menselijke teksten scoren hoger op beide. Train jezelf om AI-output bewust te variëren: breek soms een lange zin op in drie korte. Laat soms een reeks korte zinnen staan. Schrijf een alinea die bewust een andere toon heeft dan de rest.
9. De vergeten toelichting
Claude levert nog wel eens HTML-teksten op eindigend op “`. ChatGPT doet bijzonder graag suggesties aan het einde van een opgeleverde tekst die je toch echt moet verwijderen. Google maar eens op dit voorbeeld die geprint in een krant stond:
“If you want, I can also create an even snappier ‘front-page style’ version with punchy one-line stats and a bold, infographic-ready layout—perfect for maximum reader impact. Do you want me to do that next?”
10. In een wereld…
Als ik een tekst zie beginnen met deze zin weet ik voldoende: de persoon achter deze tekst had geen tijd voor een knappe tekst. En dan heb ik geen tijd voor een tenenkrommende slechte tekst. Doei.
Het diepere probleem: AI schrijft gewoon plat
AI-tools zijn getraind op content die mensen online hebben geplaatst. En ze hebben daar een les uit getrokken die klopt, maar te ver doorgeschoten is: goede teksten behandelen één idee per alinea. Dat is op zichzelf geen slechte regel, hetmaakt teksten leesbaarder voor mensen én voor LLM-crawlers die jouw content straks mogelijk samenvatten in een AI-gegenereerd antwoord. Gestructureerde tekst is makkelijker te indexeren, te begrijpen en te hergebruiken.
Maar AI trekt dit weer door naar extremen. Eén onderwerp per alinea, één onderwerp per sectie, één invalshoek per artikel. En die invalshoek is altijd de meest gangbare, want die staat het vaakst in de trainingsdata. Alle blogs krijgen dezelfde structuur. Alle LinkedIn-posts dezelfde opbouw. Alle artikelen dezelfde opening: “In een wereld waar [trend], is het belangrijker dan ooit om…”
De creativiteit ontbreekt. Niet de grote creatieve sprong, maar de kleine keuzes die een tekst onderscheidend maken: de onverwachte vergelijking, de zin die anders afloopt dan je verwachtte, de invalshoek die niemand nog heeft geprobeerd, gewoon… wat menselijks. AI kiest altijd de meest voor de hand liggende weg, want de meest voor de hand liggende weg is in de trainingsdata het meest bekrachtigd. Het gevolg is een internet vol content die technisch klopt, structureel in orde is en toch geen indruk achterlaat. Content die je leest en vergeet. Content die Google misschien rankt, maar die niemand onthoudt, deelt of citeert.
Een praktisch stappenplan voor het herschrijven van AI-teksten
AI gebruiken als startpunt is kan best (zie? Noord-Hollands spreektaal, dat verrijkt de leeservaring!), maar publiceren zonder redactie is zoals Maxima ooit zei een beetje dom. Hier is hoe je dat gat overbrugt:
- Stap 1: verifieer alle feiten en links. Open elke bron die de AI noemt. Controleer of de pagina bestaat, of het cijfer klopt, of de uitspraak daadwerkelijk van die persoon komt. Dit kost tijd, maar het is niet onderhandelbaar. Gebruik bijvoorbeeld Google Scholar voor wetenschappelijke claims, de officiële website voor bedrijfsinformatie en de originele bron voor citaten.
- Stap 2: schrap de AI-clichés. Zoek in de tekst op: “In een wereld”, “Bovendien”, “Dat gezegd hebbende”, “Conclusie”, “Niet alleen… maar ook”. Schrap of herschrijf. Als je bij elke verwijdering het stuk moet opbouwen, was de zin structureel nodig en mag hij blijven in andere woorden. Als het stuk er beter op wordt: weg ermee. Schrijven is schrappen.
- Stap 3: zet lijstjes om in proza. Neem de helft van je opsommingen en schrijf die als lopende tekst. Dwing jezelf de verbanden tussen de punten te benoemen. Dat is precies waar de redenatie zat die AI oversloeg.
- Stap 4: voeg een specifiek detail toe dat AI niet heeft. Een eigen ervaring, een gesprek met een klant, een cijfer uit je eigen data, een voorbeeld uit jouw branche dat nergens online staat. Dit is het zwaarst wegende onderscheid. Het is ook wat Google bedoelt met “helpful content” – content die iets toevoegt aan wat al bestaat: EEAT.
- Stap 5: pas je brand voice toe in de laatste ronde. Lees het artikel hardop. Klinkt dit zoals jij schrijft? Of klinkt het als “goed geschreven generieke content”? Schrijf de eerste en laatste zin van elke sectie handmatig over. Die zinnen bepalen de toon. De rest mag staan als hij inhoudelijk klopt.
AI is een productiviteitstool voor een redacteur, maar geen redacteur. Het verschil tussen content die werkt en content die wegzinkt in de massa, zit in de stap die jij daarna zet. Wikipedia weet dat inmiddels. Google weet het al langer. Het is tijd dat contentmakers het ook weten. Of schakel anders gewoon een heuse tekstschrijver in.

Reacties