Stakingsaftrek 2025: Wat verandert er voor ondernemers?

brand
Photo Tax form

Stakingsaftrek 2025: Wat verandert er voor ondernemers?

7 maanden geleden

Stakingsaftrek is een belastingvoordeel dat ondernemers in Nederland kunnen gebruiken wanneer ze hun onderneming beëindigen. Het is een regeling uit de Wet inkomstenbelasting 2001 (artikel 3.79) die ervoor zorgt dat je een deel van je stakingswinst belastingvrij kunt opnemen. Voor veel ondernemers die stoppen vormt deze aftrek een belangrijk onderdeel van hun exit-strategie, zeker na jaren van ondernemerschap waarbij vermogen in de onderneming is opgebouwd.

Het principe achter stakingsaftrek is helder: wanneer je je onderneming staakt, realiseer je vaak een aanzienlijke winst doordat bedrijfsmiddelen worden verkocht of overgedragen. De wetgever erkent dat dit een bijzonder moment is in je ondernemerscarrière en biedt daarom een fiscale tegemoetkoming. Dit kan het verschil betekenen tussen een comfortabele exit en een financieel teleurstellende afsluiting van je ondernemerschap. In 2024 bedraagt de stakingsaftrek maximaal €3.630, maar vanaf 2025 verandert deze regeling ingrijpend.

Voor ondernemers die overwegen te stoppen is het cruciaal om de veranderingen per 2025 te begrijpen. Timing kan letterlijk duizenden euro’s schelen in de belastingaanslag. Dit artikel legt uit wat stakingsaftrek precies inhoudt, welke voorwaarden gelden, wat er vanaf 2025 verandert en welke strategieën je kunt overwegen.

Huidige regels omtrent stakingsaftrek (tot en met 2024)

Wat is stakingswinst?

Voordat je stakingsaftrek kunt toepassen, moet je eerst stakingswinst hebben. Stakingswinst bestaat uit alle vermogenswinsten die je realiseert bij het staken van je onderneming. Dit omvat de stille reserves in je bedrijfsmiddelen: het verschil tussen de boekwaarde en de werkelijke waarde van bijvoorbeeld inventaris, goodwill, klantbestanden of onroerend goed. Ook afgerekende herinvesteringsreserves en oudedagsreserve (FOR) behoren tot de stakingswinst.

Een concreet voorbeeld: je hebt een eenmanszaak met machines op de balans voor €30.000 (na afschrijving), maar bij verkoop blijken ze €50.000 waard. Daarnaast heb je een klantbestand opgebouwd dat je voor €25.000 kunt verkopen, terwijl dit nooit op de balans stond. Je stakingswinst is dan minimaal €45.000 (€20.000 verschil machines + €25.000 klantbestand). Over deze winst moet je in principe belasting betalen tegen je IB-tarief, dat kan oplopen tot 49,5 procent in de hoogste schijf.

Voorwaarden voor stakingsaftrek

Om in aanmerking te komen voor stakingsaftrek in 2024 moet je aan drie hoofdvoorwaarden voldoen. Ten eerste moet je gedurende minimaal vijf jaar direct voorafgaand aan de staking kwalificeren als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Dit betekent dat je aan het urencriterium moet hebben voldaan (minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteed) en dat de activiteiten objectief als onderneming kunnen worden aangemerkt.

Ten tweede moet je daadwerkelijk staken. Gedeeltelijke staking telt niet: je moet volledig stoppen met alle ondernemingsactiviteiten. Als je bijvoorbeeld twee eenmanszaken hebt en er één staakt, kun je geen stakingsaftrek toepassen op de gestopte zaak zolang je de andere voortzet. Dit wordt de eenheidseis genoemd: de Belastingdienst beschouwt al je ondernemingsactiviteiten als één geheel.

Ten derde moet de staking definitief zijn. Je mag niet binnen een jaar dezelfde of een sterk vergelijkbare onderneming starten of voortzetten, want dan beschouwt de fiscus het niet als een echte staking maar als voortzetting. Dit wordt streng gehandhaafd. Wie te snel opnieuw start, verliest met terugwerkende kracht de stakingsaftrek en moet het voordeel plus boete terugbetalen.

Hoogte van de stakingsaftrek in 2024

De stakingsaftrek bedraagt in 2024 maximaal €3.630. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en is van toepassing op je stakingswinst. Je trekt dit bedrag af van je belastbare winst uit onderneming, wat betekent dat je maximaal €3.630 × 49,5% = €1.797 aan belasting kunt besparen (bij het hoogste IB-tarief).

Belangrijk: de stakingsaftrek kan nooit hoger zijn dan je daadwerkelijke stakingswinst. Heb je een stakingswinst van €2.000, dan is je stakingsaftrek ook €2.000 en niet €3.630. De aftrek geldt ook niet voor resultaat uit overige werkzaamheden (ROW), maar alleen voor winst uit onderneming.

Doorschuifregeling en oudedagsreserve

Een vaak vergeten detail: als je je onderneming overdraagt aan een familielid (echtgenoot, kind) kun je gebruikmaken van de doorschuifregeling. Hierbij wordt de stakingswinst uitgesteld en hoef je niet direct af te rekenen. De stakingsaftrek gaat dan verloren omdat er geen stakingswinst wordt gerealiseerd. Dit kan fiscaal voordeliger zijn als de stakingswinst zeer hoog is en de aftrek relatief weinig voordeel biedt.

Ook relevant: veel ondernemers bouwen een oudedagsreserve (FOR) op. Bij staking moet deze worden afgeboekt en wordt ze toegevoegd aan de stakingswinst. De stakingsaftrek mag je toepassen op het totaal van stakingswinst inclusief de afgeboekte FOR. Dit kan het verschil flink vergroten: bij een FOR van €20.000 en overige stakingswinst van €10.000 heb je een totale stakingswinst van €30.000 waarover je de stakingsaftrek kunt toepassen.

Veranderingen in stakingsaftrek vanaf 2025

Het Belastingplan 2025 brengt ingrijpende wijzigingen in de stakingsaftrek. De belangrijkste aanpassing is dat de stakingsaftrek wordt afgeschaft voor ondernemers jonger dan 65 jaar. Dit is een radicale ommezwaai in het beleid, waarbij de wetgever argumenteert dat de stakingsaftrek vooral bedoeld was als extra pensioenvoorziening voor oudere ondernemers.

De nieuwe leeftijdsgrens

Vanaf 1 januari 2025 geldt de stakingsaftrek alleen nog voor ondernemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt of binnen drie jaar gaan bereiken op het moment van staking. In 2025 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar, wat betekent dat je minimaal 64 jaar oud moet zijn bij staking om nog recht te hebben op stakingsaftrek. Voor jongere ondernemers verdwijnt dit belastingvoordeel volledig.

Deze wijziging heeft grote impact. Volgens CBS-cijfers stopt jaarlijks ongeveer 60.000 ondernemers met hun bedrijf, waarvan ruim 70 procent jonger is dan 64 jaar. Voor deze groep verdwijnt een fiscaal voordeel dat gemiddeld €1.500 tot €1.800 waard is. Bij hogere stakingswinsten kan het verlies oplopen tot het volledige bedrag van €3.630 × 49,5% = €1.797.

Overgangsrecht: wat geldt wanneer?

De wet kent een strenge overgangsregeling. Stakingen die plaatsvinden op of na 1 januari 2025 vallen onder de nieuwe regels. Er is geen coulance voor ondernemers die al concrete plannen hadden om in 2025 te stoppen. Dit betekent dat ondernemers die overwegen te stoppen er verstandig aan doen dit nog voor 31 december 2024 te doen als ze jonger zijn dan 64 jaar.

Let op: de datum van staking is bepalend, niet de datum waarop je de aangifte doet. Als je op 2 januari 2025 staakt, val je onder de nieuwe regels. De Belastingdienst hanteert als stakingsdatum de dag waarop je feitelijk stopt met alle ondernemingsactiviteiten. Een voorbereidingstijd voor verkoop of overdracht telt nog als voortzetting, pas wanneer de activiteiten definitief stoppen begint de stakingsdatum.

Argumenten achter de afschaffing

De overheid motiveert de afschaffing met drie argumenten. Ten eerste zou de stakingsaftrek niet meer passen in een tijd waarin ondernemers verplicht zijn via de zelfstandigenaftrek en FOR een pensioen op te bouwen. De stakingsaftrek zou dubbel voordeel geven bovenop deze regelingen.

Ten tweede kost de stakingsaftrek de schatkist jaarlijks ongeveer 200 miljoen euro. Door de regeling te beperken tot ouderen kan dit worden teruggebracht tot circa 60 miljoen euro, een besparing van 140 miljoen per jaar. In tijden van begrotingstekorten zoekt het kabinet naar bezuinigingen en fiscale ondernemersregelingen staan onder druk.

Ten derde wijst de overheid erop dat de stakingsaftrek vooral wordt benut door ondernemers met hogere inkomens. Uit onderzoek van het CPB blijkt dat 40 procent van het totale fiscale voordeel terechtkomt bij de 10 procent ondernemers met de hoogste inkomens. De regeling zou volgens critici onvoldoende gericht zijn op wie het echt nodig heeft.

Impact van de veranderingen op ondernemers

OndernemerscategorieImpact afschaffing stakingsaftrek
Jonger dan 64 jaarVerlies van volledige stakingsaftrek (€3.630), potentiële belastingbesparing van maximaal €1.797 vervalt
64 jaar of ouder in 2025Geen wijziging, stakingsaftrek blijft van toepassing zoals voorheen
Ondernemers met hoge stakingswinstRelatief klein verlies (€1.797 op bijvoorbeeld €100.000 stakingswinst = 1,8%)
Ondernemers met lage stakingswinstRelatief groot verlies (€1.797 op €5.000 stakingswinst = 36% extra belastingdruk)
Startende ondernemersExtra drempel bij starten: weten dat er geen fiscale tegemoetkoming is bij mislukking

De afschaffing raakt vooral jonge ondernemers en starters die vroegtijdig moeten stoppen. Voor een 35-jarige ondernemer die na vijf jaar zijn zaak verkoopt met een stakingswinst van €15.000, betekent het verlies van de stakingsaftrek ongeveer €1.797 extra belasting. Dit is 12 procent van de stakingswinst. Bij lagere stakingswinsten kan het percentage nog hoger uitvallen.

Ondernemers die net aan de leeftijdsgrens zitten, krijgen te maken met een prikkel om eerder te stoppen. Een 63-jarige die twijfelt tussen nu verkopen of nog een jaar doorgaan, kan hierdoor besluiten om sneller te stoppen om de stakingsaftrek niet mis te lopen. Dit kan leiden tot suboptimale beslissingen waarbij bedrijfseconomische overwegingen ondergeschikt worden aan fiscale optimalisatie.

Specifieke gevolgen per sector

In de detailhandel en horeca, waar de gemiddelde leeftijd van stoppende ondernemers rond de 45 jaar ligt, is de impact aanzienlijk. Veel ondernemers stoppen hier na een poging van enkele jaren omdat de marges te krap zijn of de werkdruk te hoog. Voor hen verdwijnt een belangrijk vangnet.

In de IT en zakelijke dienstverlening, waar ondernemers regelmatig switchen tussen dienstverband en ondernemerschap, kan het verlies van de stakingsaftrek leiden tot meer terughoudendheid bij het starten van een eigen zaak. De mogelijkheid om bij mislukking nog een fiscale tegemoetkoming te krijgen maakte het risico acceptabeler.

Voor franchise-ondernemers die na afloop van hun contract stoppen en de zaak overdragen aan de franchisegever kan het verlies van de stakingsaftrek betekenen dat de netto-opbrengst van de exit fors lager uitvalt. Dit kan de aantrekkelijkheid van franchiseformules onder druk zetten.

Belangrijke aandachtspunten voor ondernemers

Timing is alles in 2024

Voor ondernemers jonger dan 64 jaar die overwegen te stoppen is de boodschap helder: stakingen vóór 1 januari 2025 vallen nog onder de oude regeling. Dit betekent dat je uiterlijk op 31 december 2024 moet staken om de volledige stakingsaftrek te kunnen toepassen. Let op: de feitelijke stakingsdatum telt, niet de datum waarop je de koper vindt of de overdracht contractueel regelt.

In de praktijk betekent dit dat je al in het voorjaar van 2024 moet beginnen met voorbereidingen als je eind 2024 wilt staken. Een bedrijfsoverdracht vergt gemiddeld 6 tot 9 maanden voorbereiding, inclusief waardering, due diligence en contractonderhandelingen. Wacht je te lang, dan loop je het risico dat de transactie niet tijdig rond komt.

Belastingadviseur inschakelen

De stakingsaftrek lijkt simpel, maar de praktijk is complex. Een belastingadviseur kan helpen om te bepalen wat je stakingswinst exact is, welke bedrijfsmiddelen meetellen en of je aan alle voorwaarden voldoet. Dit is geen moment om te besparen op adviseurs: een fout kan je duizenden euro’s kosten, of erger, een naheffing plus boete opleveren.

Ook voor de vraag of staken wel de beste optie is, kan een adviseur waardevol zijn. Soms zijn alternatieven zoals doorschuiven naar een BV, overdracht aan familie of gefaseerde afbouw fiscaal aantrekkelijker. Dit hangt af van je specifieke situatie, leeftijd, vermogenspositie en toekomstplannen.

Administratieve voorbereiding

Zorg dat je administratie op orde is voordat je staakt. De Belastingdienst controleert stakingsgevallen extra scherp, omdat er substantiële bedragen mee gemoeid zijn. Je moet kunnen aantonen dat je aan het urencriterium hebt voldaan, dat de staking definitief is en dat je stakingswinst correct is berekend. Bewaar urenregistraties, contracten, facturen en correspondentie zorgvuldig.

Ook voor de waardering van je bedrijfsmiddelen is goede documentatie cruciaal. Laat bij twijfel een onafhankelijke taxatie maken van inventaris, goodwill of onroerend goed. Dit voorkomt discussies met de Belastingdienst achteraf en geeft je zekerheid over je stakingswinst.

Mogelijke alternatieven voor stakingsaftrek

Doorschuiving naar een BV

Een alternatief voor jonge ondernemers is om de eenmanszaak of VOF om te zetten naar een BV via de geruisloze omzetting (artikel 3.65 Wet IB). Hierbij worden de stille reserves doorgeschoven naar de BV en hoef je niet direct af te rekenen. Later, wanneer je de BV verkoopt of liquideert, betaal je vennootschapsbelasting en bij uitkering aanmerkelijkbelangbelasting. Het totale tarief kan lager uitvallen dan het IB-tarief van 49,5 procent.

Dit is vooral interessant als je substantiële stille reserves hebt en nog enkele jaren wilt doorgaan. De omzetting zelf kost wel geld (notaris, adviseurs) en een BV brengt hogere administratieve lasten met zich mee. Reken op circa €2.000 tot €5.000 aan kosten voor de omzetting en jaarlijks €1.500 tot €3.000 meer aan accountantskosten.

Gefaseerde afbouw

In plaats van in één keer te stoppen kun je ook overwegen om gefaseerd af te bouwen. Verkoop bijvoorbeeld eerst een deel van je activiteiten of klanten en bouw langzaam af richting volledige staking. Dit spreidt je inkomen over meerdere jaren, wat fiscaal voordelig kan zijn als je hierdoor in een lagere belastingschijf blijft.

Let op: gefaseerde afbouw telt pas als staking wanneer je volledig stopt. Zolang je nog enige ondernemingsactiviteit hebt, kun je geen stakingsaftrek toepassen. Wel kun je elk jaar gebruikmaken van de zelfstandigenaftrek zolang je aan het urencriterium voldoet.

Verkoop vs liquidatie

Bij staking heb je twee opties: verkoop of liquidatie. Verkoop levert vaak een hogere prijs op omdat de koper een draaiend bedrijf overneemt. Bij liquidatie verkoop je alleen de bedrijfsmiddelen en beëindig je de activiteiten. Liquidatie is sneller en eenvoudiger, maar levert meestal minder op omdat goodwill en klantenwaarde verloren gaan.

Vanuit stakingsaftrek maakt het niet uit: beide varianten kwalificeren als staking en geven recht op de aftrek (mits je aan de leeftijdseis voldoet vanaf 2025). Wel maakt het verschil voor de hoogte van je stakingswinst. Bij verkoop is deze vaak hoger omdat je ook betaald krijgt voor immateriële activa zoals goodwill en klantrelaties.

Regionale en lokale ondersteuning

Sommige gemeenten en provincies bieden ondersteuning aan ondernemers die stoppen, bijvoorbeeld via begeleidingstrajecten of subsidies voor herstructurering. Dit is vooral relevant in regio’s met veel winkelleegstand of structurele economische problemen. Check bij je gemeente of er regelingen zijn voor het herbestemmen van bedrijfspanden of voor begeleiding bij bedrijfsbeëindiging.

Ook brancheorganisaties bieden soms ondersteuning. MKB-Nederland en VNO-NCW hebben voorlichtingsprogramma’s over bedrijfsopvolging en staking. Kamers van Koophandel organiseren regelmatig informatiebijeenkomsten over exitstrategieën.

Strategische overwegingen voor 2024-2025

Scenario 1: staken voor eind 2024

Ben je jonger dan 64 en denk je erover om binnen nu en vijf jaar te stoppen? Overweeg dan serieus om dit nog voor 31 december 2024 te doen. Een stakingsaftrek van €3.630 levert bij het hoogste tarief €1.797 op. Dit is een aanzienlijk bedrag, zeker als je stakingswinst beperkt is. Reken het uit: bij een stakingswinst van €10.000 betaal je zonder stakingsaftrek €4.950 belasting (49,5%), met stakingsaftrek slechts €3.153. Je bespaart dus bijna 20 procent.

Scenario 2: wachten tot na 2025

Bereik je binnen drie jaar de AOW-leeftijd? Dan kun je beter wachten tot je 64 bent. Je behoudt dan recht op de stakingsaftrek en verliest niets. Deze strategie werkt alleen als je financieel kunt en wilt doorgaan tot die leeftijd. Houd wel rekening met eventuele verslechtering van je bedrijfssituatie of gezondheid in die tussenliggende jaren.

Scenario 3: doormodderen is geen optie

Voor ondernemers die nu al verlies lijden of met burn-out kampen, is de afweging anders. Gezondheid en welzijn gaan voor belastingvoordeel. Blijven doorgaan terwijl je er mentaal of fysiek aan onderdoor gaat is geen oplossing. In zulke gevallen is stoppen de juiste keuze, met of zonder stakingsaftrek. Wel kun je overwegen om de formele staking nog voor eind 2024 te regelen als je toch al bezig bent met afbouwen.

Toekomstige ontwikkelingen in stakingsaftrek

De discussie over de stakingsaftrek is nog niet voorbij. Diverse ondernemersorganisaties hebben bezwaar gemaakt tegen de afschaffing en pleiten voor een minder rigide leeftijdsgrens of een geleidelijker afbouwregeling. MKB-Nederland stelt voor om de stakingsaftrek te koppelen aan het aantal jaren ondernemerschap in plaats van aan leeftijd, waarbij bijvoorbeeld na 20 jaar ondernemerschap recht ontstaat op de aftrek ongeacht je leeftijd.

Een andere suggestie is om de stakingsaftrek te vervangen door een stakingsvrijstelling die geleidelijk oploopt met de jaren. Bijvoorbeeld €500 per jaar ondernemerschap, met een maximum van €10.000 na 20 jaar. Dit zou beter aansluiten bij het carrièreverloop van moderne ondernemers die meerdere keren starten en stoppen.

Of er aanpassingen komen is onzeker. Het huidige kabinet heeft de maatregel stevig verdedigd en wijst op de noodzaak van begrotingsdiscipline. Tenzij er een meerderheid in de Tweede Kamer komt voor aanpassing, blijft de regeling zoals vastgesteld. Voor ondernemers betekent dit dat ze rekening moeten houden met de nieuwe situatie en hun planning daarop moeten aanpassen.

Europese context

In veel andere EU-landen bestaat geen vergelijkbare regeling als de Nederlandse stakingsaftrek. Duitsland kent een vrijstelling voor winst bij bedrijfsoverdracht binnen de familie, maar niet bij reguliere staking. België heeft een lagere belastingtarief voor één keer een grote kapit-in, vergelijkbaar maar niet identiek aan de Nederlandse situatie. De afschaffing van de stakingsaftrek brengt Nederland dichter bij het Europese gemiddelde, waar ondernemers gewoon het reguliere tarief betalen over stakingswinst.

Veelgestelde vragen over stakingsaftrek

Wat is stakingsaftrek 2025?

Stakingsaftrek 2025 is een belastingvoordeel van maximaal €3.630 dat ondernemers kunnen toepassen op hun stakingswinst wanneer ze hun onderneming definitief beëindigen. Vanaf 1 januari 2025 geldt deze regeling alleen nog voor ondernemers van 64 jaar of ouder. De stakingsaftrek wordt afgetrokken van de belastbare winst uit onderneming, wat bij het hoogste IB-tarief een besparing kan opleveren van maximaal €1.797.

Voor wie geldt de stakingsaftrek 2025?

Vanaf 2025 geldt de stakingsaftrek uitsluitend voor ondernemers die op het moment van staking de AOW-leeftijd hebben bereikt of binnen drie jaar gaan bereiken. Dit betekent in 2025 minimaal 64 jaar oud zijn. Daarnaast moet je minstens vijf jaar direct voorafgaand aan de staking hebben voldaan aan de criteria voor ondernemer in de inkomstenbelasting, waaronder het urencriterium van 1.225 uur per jaar.

Hoe werkt de stakingsaftrek 2025 precies?

Bij staking reken je af over je stakingswinst: de stille reserves in bedrijfsmiddelen, goodwill en klantwaarde. Ook afgerekende reserves zoals de FOR tellen mee. Over deze stakingswinst betaal je normaal gesproken IB tegen het progressieve tarief tot 49,5 procent. De stakingsaftrek van €3.630 vermindert je belastbare winst, waardoor je minder belasting betaalt. Concreet: bij een stakingswinst van €50.000 en het hoogste tarief betaal je zonder stakingsaftrek €24.750 belasting, met stakingsaftrek €22.953 – een verschil van €1.797.

Wat zijn de exacte voorwaarden voor stakingsaftrek 2025?

Je moet voldoen aan vier voorwaarden: (1) minimaal vijf jaar ondernemer zijn geweest volgens IB-criteria inclusief urencriterium, (2) definitief staken van alle ondernemingsactiviteiten, (3) niet binnen een jaar een vergelijkbare onderneming starten, en (4) vanaf 2025: minimaal 64 jaar oud zijn op het moment van staking. Als je aan één voorwaarde niet voldoet, vervalt het recht op de volledige stakingsaftrek.

Hoeveel bedraagt de stakingsaftrek precies in 2024 en 2025?

In 2024 bedraagt de stakingsaftrek €3.630. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, dus in 2025 zal het waarschijnlijk iets hoger liggen (verwachting circa €3.700). De aftrek kan echter nooit hoger zijn dan je werkelijke stakingswinst. Bij het hoogste IB-tarief van 49,5 procent levert de maximale aftrek ongeveer €1.797 aan belastingbesparing op. Voor jongere ondernemers (onder 64) verdwijnt dit voordeel volledig per 1 januari 2025.

Kan ik de stakingsaftrek combineren met andere regelingen?

Ja, de stakingsaftrek kun je combineren met de FOR-aftrek en in het stakingsjaar ook nog met de zelfstandigenaftrek. Je kunt echter geen stakingsaftrek toepassen als je gebruikmaakt van de doorschuifregeling bij overdracht aan familie, omdat je dan geen stakingswinst realiseert. Ook bij omzetting naar een BV via geruisloze omzetting vervalt de stakingsaftrek, omdat je de onderneming niet staakt maar voortzet in een andere rechtsvorm.

Wat gebeurt er als ik in 2025 stak maar jonger ben dan 64?

Dan heb je geen recht op stakingsaftrek. Je moet gewoon het volledige IB-tarief betalen over je stakingswinst zonder enige aftrekmogelijkheid. Voor een stakingswinst van €20.000 betaal je bij het hoogste tarief €9.900 belasting, waar dat met stakingsaftrek €8.103 zou zijn geweest – een verschil van €1.797. Er is geen overgangsrecht of coulanceregeling: de datum van staking is bepalend.

Is het verstandig om vervroegd te stoppen voor de wijziging?

Dat hangt af van je situatie. Als je toch al overwoog om binnen één à twee jaar te stoppen en je bent jonger dan 64, kan het financieel aantrekkelijk zijn om dit voor 31 december 2024 te doen. Je bespaart maximaal €1.797 aan belasting. Wil je echter graag nog langer doorgaan en heb je daar financieel en mentaal de ruimte voor, dan is vervroegd stoppen puur om de stakingsaftrek niet verstandig. Laat zakelijke overwegingen en persoonlijke omstandigheden zwaarder wegen dan een fiscaal voordeel van enkele duizenden euro’s. Wel kun je overwegen om de verkoop of overdracht al voor te bereiden, zodat je precies op 31 december kunt staken als dat gewenst is.

MarketingGids

MarketingGids geeft toegankelijk nieuws en inzichten rondom consumenten, bedrijven en alles daar tussenin. MarketingGids maakt actuele onderwerpen begrijpelijk. Van ondernemen en belastingen tot digitale trends, AI en de grote spelers in tech en business. Praktisch, helder en afgestemd op jonge ondernemers, studenten en iedereen die[…]
Alle artikelen van MarketingGids

Reacties

0 Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *