De toekomst van online privacy

brand
Privacy en wat het is

De toekomst van online privacy

Privacy betekende ooit: zorgen dat je de luxaflex op de badkamer op tijd dichtdraaide, maar dat is alweer een tijdje geleden. We leven in een tijd waarin Facebook onze voorkeuren beter kent dan onze beste vrienden dat doen, telefoonbedrijven in staat zijn om forenzenroutes van de gehele maatschappij in kaart te brengen en een land als China het normaal vindt om een sociaalkredietsysteem op te tuigen op basis van 24/7 cameratoezicht van zijn eigen burgers. Privacy, vooral online, is niet meer eenvoudig en ook niet meer vanzelfsprekend. Waar gaat die ontwikkeling ons brengen en hoe ziet de toekomst van online privacy er mogelijk uit?

Big data – maar wat is data?

Big data – want daar hebben we het over – domineert al jaren de headlines in de techbranche. Het online tracken van mensen om zo hun gedragingen, voorkeuren en interesses in kaart te brengen, is door big tech companies als Meta en Google tot een ware kunst verheven. Het heeft ons commercieel interessante tools gegeven, zoals het nauwgezet kunnen meten wat het rendement van een online advertentiecampagne is. Maar we herinneren ons bijvoorbeeld ook nog het schandaal rondom Cambridge Analytica, waarbij tientallen miljoenen Amerikanen met behulp van gericht nepnieuws ingrijpend zijn beïnvloed rondom de presidentsverkiezingen van 2016. Cambridge Analytica moest niet lang nadien zijn deuren sluiten, maar dat betekent niet dat het probleem weg is. Onze privacy staat onder druk, vooral als we online gaan. Maar… daar is toch heel veel wetgeving voor.

Verzamelen van persoonlijke data

Privacy is niet meer eenvoudig: dit is de wetgeving

In principe klopt dat. Sinds mei 2018 hebben we de AVG, waarin op Europees niveau ligt vastgelegd hoe bedrijven met privacygevoelige gegevens van klanten moeten omgaan. In 2019 kwam daar het verbod op impliciete cookietoestemming bij, wat betekent dat je sindsdien concreet op elke site die je bezoekt moet aangeven of je cookies wilt toestaan. Tot slot komt de nieuwe ePrivacy-verordening eraan (waarschijnlijk eind 2022, na lang uitstel), met meer specifieke privacywetgeving voor online verkeer.

Naast dat alles hebben we te maken met de trend om de zogenaamde third party cookie langzaamaan te verbieden. Webbrowsers als Chrome, Mozilla en Safari beperken het gebruik ervan al, maar de verwachting is dat de third party cookie, die ervoor zorgt dat online partij A informatie krijgt over wat een consument bij online partij B heeft bekeken, gekocht of opgezocht, een wisse dood zal sterven.

De wetgever loopt achter de polonaise aan

Geen vuiltje aan de lucht, zou je kunnen denken. De wetgever zit er bovenop. Die doet inderdaad zijn best, maar de wetgever staat er tegelijkertijd om bekend dat hij, als het om technologische innovatie gaat, steevast achter de polonaise aan loopt. Dat komt doordat technologische ontwikkelingen sneller gaan dan ons politieke en juridische bestel.

In 2022 wordt bijvoorbeeld eindelijk juridisch afgedwongen dat als je klant bent van een TV-aanbieder, je altijd je eigen hardware, zoals een DVD-recorder, moet kunnen gebruiken op die TV-aansluiting. Dat wetsvoorstel stamt uit de tijd dat mensen overstapten van analoge naar digitale TV en het vervelend vonden dat ze hun videorecorder of DVD-recorder niet meer konden gebruiken. Nu de wetgeving een feit is, is iedereen wel zo’n beetje over op digitale TV via een decoder van zijn provider en vindt niemand het meer een probleem. Iets vergelijkbaars zien we bij wetgeving rondom universele laders van telefoons. Vijftien jaar geleden was dat een enorm probleem, want elke telefoon had zijn eigen lader; tegenwoordig is nagenoeg alles USB-c (behalve Apple, want: Apple). De wetgeving komt er dit jaar eindelijk door, nu het niet meer nodig is.

Eenvoudigweg op je lauweren rusten en verwachten dat de wetgever onze online privacy regelt, lijkt dus een slecht plan. Je zult zelf als internetgebruiker moeten opletten wat je wel en niet doet. Leuk hoor, dat verbod op impliciete cookietoestemming – maar hoe vaak zet jij nu echt de cookies uit op een website? Vinden we die verplichte boodschap niet gewoon irritant?

Het verzamelen van persoonlijke data

If a service is free, then you’re the product

Toch ligt in consumentengedrag wel een groot deel van de sleutel. We zijn eraan gewend geraakt dat online diensten gratis zijn (denk aan Twitter, Facebook, Google, Gmail, TikTok…), waardoor de drempel om overal ‘lid’ van te worden maar wat laag is. Een inmiddels beroemd Amerikaans gezegde luidt echter: if a service is free, then you’re the product. Lang hebben we ons niet de vraag gesteld waarom die diensten eigenlijk gratis waren. En als het dan wel gevraagd werd, was het antwoord nogal kort door de bocht: advertenties.

Dat is slechts een deel van het verhaal. Die online services zijn gratis omdat je door ze te gebruiken dusdanig veel privacygevoelige informatie over jezelf weggeeft, dat adverteren op zo’n platform extreem gericht kan en dus extreem waardevol is voor adverteerders. Da’s al een wat eerlijker formulering, en als we ons dat van tevoren echt hadden gerealiseerd, had Facebook nu waarschijnlijk geen twee miljard actieve gebruikers.

Betaald worden voor jouw persoonlijke data?

Opportunisten reageren weleens op dat besef met de ‘oplossing’: ‘dan moet Facebook ons dus eigenlijk gaan betalen voor onze data!’ Dat klinkt wellicht leuk, maar is om twee redenen een slecht idee:

  1. Privacy is geen product, maar een recht. Je kunt er dus ook moeilijk een prijskaartje op plakken. Als je alle winst van Facebook deelt door het aantal gebruikers kom je op een paar dollar per persoon. Is dat dan de prijs van jouw privacy? Daarnaast heb je geen idee wat je daadwerkelijk verkoopt, omdat je onmogelijk kunt overzien wat het schenden van jouw privacy op de lange termijn allemaal voor gevolgen kan hebben.
  2. Geld lost het onderliggende probleem niet op. Tientallen miljoenen Amerikanen zijn door Cambridge Analytica gruwelijk misleid en ingrijpend beïnvloed in hun denken en handelen doordat hun privacy ernstig was geschonden. 37.000 Nederlanders zijn door de overheid in de Toeslagenaffaire onterecht weggezet als fraudeurs. Dat is allemaal niet ineens oké als er een paar euro voor wordt betaald.

Je eigen persoonlijke data verkopen

De toekomst van online privacy

Waar gaat dit alles ons brengen? Hoe ziet de toekomst van online privacy er nu eigenlijk uit? Moet er nóg meer wetgeving komen, of gaan we dit op een andere manier regelen?

Om onze online privacy nu en in de toekomst beter te waarborgen, zou er op drie vlakken gewerkt moeten worden:

  1. Bewustwording bij consumenten. Niemand vindt het oké als er op zondagmiddag iemand over schutting kijkt om te checken welk boek je aan het lezen bent. Maar als bedrijven bijhouden welke producten we allemaal bekijken in hun webshops en die informatie dan – na ‘akkoord’ omdat je op een cookieknop hebt gedrukt – doorsturen naar adverteerders, vinden we daar niet zo heel veel van. Dat is vreemd. Kinderen op scholen meer leren over online privacy lijkt een no-brainer en het maatschappelijk debat over dat onderwerp mag ook wel wat worden aangezwengeld. Een echte minister voor Digitale zaken zou een mooi startpunt zijn.
  2. Eigendomsrecht moet ook voor data gaan gelden. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht uit ons burgerlijk wetboek. Als iets van jou is, mag je er in principe mee doen wat je wilt. Maar als je een Ring Video deurbel koopt, ben je verplicht om tot in de eeuwigheid aan Ring te blijven betalen om bij je data – video-opnames van mensen die aan jouw voordeur stonden en op jouw deurbel drukten – te kunnen. Daar gaat de Europese Commissie wat aan doen en dat moet ook. Jouw data is van jou.

Moreel kompas bij big tech companies. En dat is een lastige, want privacy van je gebruikers écht serieus nemen, betekent een commercieel offer brengen, en daar staat bedrijven als Meta en Google niet om te springen. Big techzou zich echter wel meer moeten gaan realiseren dat de meeste mensen het niet oké vinden om getrackt te worden, of om hun gedrag in kaart gebracht te krijgen, of om hun persoonlijke interesses en voorkeuren bewaard te zien worden. Het is dan ook geen toeval dat het smartphonegebruik onder Silicon Valley CEO’s en hun families vele malen minder is dan onder de ‘normale’ bevolking.

pex

Redactie Bloeise

De Bloeise redactie bestaat uit Thomas Lapperre. Deze berichten worden niet op persoonlijk titel vermeld omdat ze geschreven zijn door anderen: ingehuurde tekstschrijvers voor inhoudelijke artikelen, ingezonden persberichten en soms ook sponsored content. Voor ingezonden persberichten geldt dat de redactie geen verantwoording kan nemen -[…]
Alle artikelen van Redactie Bloeise

Reacties

0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.