Het grote Web 3.0 woordenboek

brand
Uitleg over web 3.0 termen

Het grote Web 3.0 woordenboek

Wie al online is sinds het internet bomvol stond met dansende bananen en filmpjes van Amerikanen die computers in elkaar hengsten in een typische cubicle uit de jaren negentig zal beamen dat er sindsdien veel is veranderd. In het internet anno nu, dat op de drempel staat van de overgang naar Web 3.0, vliegen er termen en afkortingen om je oren waarvan de niet-getrainde internetgebruiker allerminst chocola kan maken. Daarom helpen we je graag een eindje op weg met het grote Web 3.0 woordenboek: de belangrijkste termen die typisch horen bij het nieuwe internet, eenvoudig uitgelegd op een manier die ook sympathisanten van dansende bananen begrijpen.

51% Attack – Een aanval op de veiligheid van een blockchain door meer dan 50% van de totale rekenkracht in handen te krijgen en daarmee volledige zeggenschap over transacties te verkrijgen. Is in de praktijk alleen mogelijk bij kleine blockchains en niet bij grote projecten als Bitcoin.

Web 3.0 woordenboek

Address – niet je fysieke of e-mailadres, maar je walletadres. Daar waar je je cryptocurrency dus bewaart.

Adoption Curve – De adoptie van een nieuwe technologie als weergegeven in een grafiek, waarbij de massa pas volgt na de snelle adoptie van een kleine kopgroep en er altijd een kleine groep laatkomers overblijft.

Airdrop – Marketingtool waarmee nieuwe cryptoprojecten hun digitale muntjes verspreiden onder hun community.

Alpha – Werkwijze of tactiek voor beginners en nieuwelingen. Voorbeeld: de alpha als je voor het eerst op de snelweg rijdt is de rechterbaan aanhouden.

Altcoins – Alternatieve coins. In beginsel zijn dit alle cryptocurrency behalve de bitcoin, al gaan er steeds meer stemmen op om ook grote andere crypto’s (zoals Ethereum) niet meer als altcoin te beschouwen.

Aping in – deelnemen aan een nieuw NFT- of cryptoproject, soms in een voorverkoopperiode.

APR – Annual Percentage Rate. De hoeveelheid rente die op jaarbasis betaald moet worden of ontvangen kan worden door een cryptocurrency te staken of te lenen.

APY – Annual Percentage Yield. Het rendement dat je kunt behalen door cryptomunten te staken, waarbij je je rendement telkens herinvesteert.

AR – Augmented Reality. Samenvoeging van digitale objecten in de echte wereld, vaak door toepassing van VR-technologie.

ATH – All Time High, de hoogste koers die een bepaalde munt ooit heeft bereikt.

ATL – De laagste koers die een bepaalde munt ooit heeft bereikt. Soms, maar lang niet altijd, is dit de introductieprijs.

Audit – Het door een derde partij grondig laten checken van een nieuwe blockchain of andere Web 3.0-toepassing op veiligheid en goede werking.

Bag – Hoeveelheid munten die je van een bepaalde cryptocurrency bezit.

Bear Market – Neergaande markt waarin koersen dalen.

Bear Trap – Een poging om de koers van een munt te manipuleren met als doel om geld te verdienen aan andermans verliezen.

Big Tech – de grote technologiebedrijven van het Web 3.0, waaronder Meta, Alphabet, Apple en Amazon.

Block – Bouwsteen van een blockchain. Elk block is op te vatten als een pagina van het grootboek, waarop een groot aantal transacties worden vastgelegd.

Blockchain – het digitale grootboek waarin transacties van cryptocurrency worden vastgelegd. De bekendste blockchains zijn die van Bitcoin, Ethereum en Cardano.

Bull Market – Opgaande markt waarin koersen stijgen.

Bull market crypto

Buy the dip – Koop en investeer in cryptocurrency en NFT’s wanneer de koersen laag staan.

BTRSTN – Buy The Rumor, Sell The News. Het fenomeen dat koersen vaak sterk stijgen in de aanloop naar groot nieuws of belangrijke aankondigingen, waarna ze ten tijde (of direct na) dat nieuws weer ineen zakken.

CEX – Centralized Exchange. Een cryptobeurs die wordt onderhouden door een centrale partij.

Cross-chain – Communicatie tussen verschillende blockchains, bijvoorbeeld informatie versturen vanuit het Ethereum-netwerk naar het Cardano-netwerk.

Crypto – Cryptocurrency, oftewel: digitale munten. Er zijn er duizenden en je kunt ze allemaal opzoeken op deze site.

CryptoPunks – Vroege serie NFT’s die erg kostbaar en populair zijn geworden.

DAO – Decentralized Autonomous Organization. Wat dat exact inhoudt, hebben we hier uitgelegd.

DApp – Decentralized App. Een gedecentraliseerde toepassing die op een blockchain draait.

dAPI – Decentralized Api. API-services die gedecentraliseerd werken en ontwikkeld worden.

DeFi – Decentralized Finance. Gedecentraliseerde financiële instrumenten, bijvoorbeeld cryptoleningen.

Degen – Degenerate. Iemand die rücksichtlos investeert in allerlei crypto- en NFT-projecten, zonder onderzoek te doen.

DEX – Decentralized Exchange. Een cryptobeurs die niet wordt onderhouden door een centrale partij, maar door een protocol.

Double spending – Het grootste risico voor een blockchain die voor geldtransacties is bedoeld. Als double spending (je geld tweemaal uitgeven) mogelijk is, is de blockchain mislukt en waardeloos.

Dump – Plotselinge massale verkoop van een bepaalde cryptomunt, waardoor de prijs daalt.

DYOR – Do Your Own Research. Uitgangspunt voor mensen in de cryptowereld om altijd zelf goed onderzoek te doen en niet blindelings te vertrouwen op andermans adviezen, mede ingegeven door het feit dat er in de cryptowereld geen autoriteiten zijn die jou kunnen helpen als je een vergissing begaat.

Exit Scam – Type oplichting in de cryptowereld waarbij een project ineens als sneeuw voor de zon verdwijnt nadat investeerders geld beschikbaar hebben gesteld.

Explorer – Website of tool waarmee de inhoud van een blockchain kan worden bekeken. Zie bijvoorbeeld Blockstream Bitcoin explorer.

Flippening – De hypothetische toekomstige gebeurtenis waarbij Ethereum groter wordt dan Bitcoin qua marktkapitalisatie.

Gas – Transactiekosten die je soms nodig hebt om een transactie op een blockchain uit te voeren. De gas feesgaan naar miners of stakers.

Wat zijn altcoins

Genesis Block – Het eerste block uit een blockchain. Het Genesis Block van Bitcoin is in 2009 gemined.

Genesis Drop – De eerste NFT uit een nieuwe collectie die beschikbaar wordt gesteld.

Fiat – ook wel fiatgeld. Traditioneel geld zoals dollars en euro’s.

Floor – de laagste prijs van een NFT uit één bepaalde collectie, oftewel.

FOMO – Fear Of Missing Out. De angst om een sterke koersstijging te missen.

Fren – Friend, vriend.

GM – Good morning. Handig op Twitter, waar je beperkt de ruimte hebt.

GMI – Gonna make it: bevestiging dat je ergens bij zult zijn.

GN – Good night. Zie boven.

HODL – verbastering van ‘Hold’, ook wel: Hold On for Dear Life. Je cryptocurrency vasthouden en niet verkopen, ook als de koers hard daalt, in de hoop dat het tij op den duur keert.

IRL – In Real Life: in het echte (offline) leven.

Lightning – Het extra, supersnelle netwerk bovenop het Bitcoin-netwerk waarmee kleine transacties (in bijv. winkels) mogelijk worden.

Maxi – Maximalist, iemand die sterke voorkeur heeft voor één bepaalde blockchain of cryptocurrency en daar veel in investeert.

Memecoin – Cryptocurrency die als een grapje zijn ontstaan maar soms onverwacht populair worden, zoals Dogecoin of Shiba Inu.

Metaverse – Online, digitale werelden die draaien op VR-technologie en waarin verschillende online diensten en activiteiten samenkomen.

Minen – Cryptocurrency (zoals bitcoin) ‘delven’ door computerrekenkracht beschikbaar te stellen.

Mining Reward – De beloning die je krijgt als je een nieuw block delft, vaak een bepaalde hoeveelheid van de desbetreffende cryptocurrency.

Minten – Een nieuwe NFT creëren.

NFT – Non-Fungible Token. Hebben we hier uitgelegd.

Wat is een NFT

NGMI – Not gonna make it: bevestiging dat je ergens afwezig zult zijn.

Pizza Day – 22 mei. De dag waarop iemand ooit, in de begintijd van bitcoin, 10.000 bitcoin betaalde om een pizza thuis te laten bezorgen.

P2E – Play To Earn. Cryptovaluta verdienen door NFT games te spelen.

PoS – Proof of Stake. Type blockchain, zoals Cardano.

PoW – Proof of Work. Type blockchain, zoals Bitcoin.

Rekt – Verbastering van ‘wrecked’: bankroet.

Satoshi – De kleinste rekeneenheid van bitcoin. Eén satoshi = 0,00000001 bitcoin.

SER – verbastering van ‘Sir’, vaak gebruikt om aan te geven dat je het hartstochtelijk met iemand oneens bent.

Shilling – In het openbaar een cryptocurrency of NFT(-collectie) promoten, vaak met als doel om anderen ook te laten investeren om de prijs op te drijven.

Shitcoin – Samenvoeging van ‘shit’ en ‘bitcoin’ om een waardeloze cryptomunt te duiden.

Smart contract – Het via een decentraal protocol laten verlopen van processen waarbij normaliter een autoriteit komt kijken. Bijvoorbeeld een geldtransactie (via de blockchain i.p.v. een bank) of een vastgoedtransactie (via de blockchain i.p.v. notaris/kadaster).

Stablecoin – Een stabiele cryptocurrency die is vastgekoppeld aan de prijs van een traditionele munt. De STASISis de digitale euro en onder meer de Tether is gekoppeld aan de dollar.

Staken – Cryptocurrency (zoals Cardano) beschikbaar stellen als een soort spaartegoed met het doel om rente te verdienen.

To the Moon – Strijdkreet met als wens dat een (vaak relatief kleine) cryptomunt binnen korte tijd enorm veel waard wordt.

VR – Virtual Reality. Een digitale 3D-werkelijkheid die wordt gecreëerd met behulp van speciale VR-brillen.

WEN – verbastering van ‘When’, wanneer.

Whale – Grote partijen op de cryptomarkt die met hun financiële slagkracht de koers soms sterk beïnvloeden.

 

 

 

 

 

Redactie Bloeise

De Bloeise redactie bestaat uit Thomas Lapperre. Deze berichten worden niet op persoonlijk titel vermeld omdat ze geschreven zijn door anderen: ingehuurde tekstschrijvers voor inhoudelijke artikelen, ingezonden persberichten en soms ook sponsored content. Voor ingezonden persberichten geldt dat de redactie geen verantwoording kan nemen -[…]
Alle artikelen van Redactie Bloeise

Reacties

0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.